Gelukzalige tijden
Mijn portemonnee en nieuwe telefoon zijn gejat. (Praktisch dinges voor mijn lezers: ik ben tijdelijk bereikbaar op mijn oude telefoon want die heb ik wonderbaarlijk genoeg terug gevonden bij het oud glas. Dus: 0614799261.) Laat me, door deze lelijke maar toch wel handige interruptie, opnieuw beginnen.
Gelukzalige tijden (2)
Mijn portemonnee en nieuwe telefoon zijn gejat. Bij Lux nota bene.
Gister ben ik flauwgevallen.
Het zijn gelukzalige tijden. (Heus. Maar men moet altijd beginnen met het slechte nieuws.)
Zo heb ik twee keer in een halve week kunnen zeggen: dankjewel voor het redden van mijn leven (of been, of hoofd, wat maakt het uit, een leven mét been en hoofd is namelijk significant anders en beter dan zonder), want als Niek me niet had opgevangen was ik met mijn hoofd tegen de punt van een aanrecht geknald. En ik was nota bene in de GGD, met allemaal medisch personeel om me heen.
Afijn, die middag ben ik the Half Blood Prince op dvd gaan kopen en kijken, en vandaag alle extra's. Wat een bewondering weer.
Zullen we het doen?
Ja.
(Het antwoord op die vraag zou altijd ja moeten zijn. Want het betekent dat je iets wil doen, en al zover bent dat je het voor mogelijk hebt verklaard (anders zou je het niet vragen). En als je iets wil doen, en het is nog mogelijk ook, dan moet je het natuurlijk doen.)(Deze theorie past trouwens niet perfect in de context, maar vooruit. Schrijven is associëren.)
Voor de tweede keer is gebleken dat ik weldegelijk in staat ben andere slaapkamers dan die van mezelf te vertrouwen. En hoewel mijn eigen zolderkamertje met zijn ademende dak en luisterende, fluisterende muren me altijd dierbaar zal zijn, biedt dat perspectieven. Nieuw gebied betreden in een nieuw gebied.
Ik wil je voor altijd hier hebben.
Ik wil mij ook wel voor altijd hier hebben.
(O ja. En dit schrijf ik even aan mijn oude, grijze, rimpelige ik die dit op een regenachtige ochtend in een sentimentele bui terug leest: ik weet dat ik de laatste tijd ontzettend vaag schrijf. Begrijp me niet verkeerd: ik hou nog steeds het meest van eenvoudig en eerlijk, van niet-gepolijst en geen versieringen. Zoals de beste muziek; Bob Dylan, Laura Marling etc... Maar er zijn grenzen aan het publiceren. Het is trouwens wél eerlijk. Én eenvoudig. Alleen niet zo recht-door-zee. Daarbij verwacht ik toch wel van mezelf dat de dingen waarover ik schrijf in mijn geheugen gedetailleerde herinneringen blijven die eigenlijk helemaal geen hersenpan of dagboeken nodig hebben om te blijven bestaan.)